Luxe snackgerechten: Fast casual

Op dit moment beleven we de internationale opkomst van een nieuwe vorm van fastfood ofwel de snelle hap, meer bepaald de “luxe snack”. In grote lijnen gaat het om kwaliteitsvolle snacks, die op een eenvoudige en snelle manier klaargemaakt en geserveerd kunnen worden.

De voorloper van dit fenomeen dook enkele jaren geleden in ons land op – en is hier nog steeds vrij succesvol – meer bepaald de verse, kwaliteitsvolle hamburger. En dit verschijnsel wordt ook wel eens de “veredeling” van de hamburger genoemd. Hierbij maakte het standaard sesambroodje plaats voor een ambachtelijk gebakken briochebroodje en de “klodder” mayonaise werd bijvoorbeeld vervangen door een “topping van delicate truffelsaus”. In elk geval verwijst deze aanpak (en bereidingsmethode) in grote lijnen naar de klassieke hamburger zoals die ooit door (groot)vader op de Amerikaanse familiale barbecue klaargemaakt werd. En zoals algemeen bekend hebben heel wat frituren en snackbars reeds zo’n kwaliteitsvolle “burger” aan het menu toegevoegd.

De laatste tijd zien we ook nog andere vormen van snackgerechten in een meer luxueuze versie verschijnen. Dit verschijnsel wordt vaak ook als “premium fastfood” of als “fast casual” omschreven, of nog de “nieuwe fastfood”, zeg maar een combinatie van gezonde ingrediënten, die op een gemoedelijke, eenvoudige maar toch snelle manier geprepareerd en gepresenteerd kunnen worden. En hierbij worden vaak de woorden vers en huisgemaakt/huisbereid gehanteerd.

Een bekend voorbeeld zijn de “luxefrituren” (www.fritesatelier.com) van de Nederlandse kok Sergio Herman in Gent en Antwerpen. In Rotterdam wordt dan weer over “haute friture” gesproken, zoals bijvoorbeeld bij Fritèz (www.facebook.com/FritezHauteFriture), die uitpakt met “verse handgesneden friet van Nederlandse biologisch geteelde aardappelen”. In de meeste gevallen gebruiken dergelijke luxesnackbars trouwens nog altijd overwegend gangbare voedingsproducten (die dus niet uit de biologische sector afkomstig zijn). 

In de Waalse hoofdstad Namen presenteert chef-kok Carl Gillain dan weer zijn “gastronomische frituur” (zie www.charlesandthefries.be). En ook in Sint-Gillis (Brussel) ontmoeten we zo’n “artisanale frituur”, meer bepaald Patatak (https://patatak.be). 

Een plek in Brussel waar de doorbraak van de “chique” fastfood vrij duidelijk zichtbaar is, is het Sint-Katelijneplein. En het lijkt er zelfs op dat de traditionele restaurants op deze plek door de fast casual-zaken verdrongen worden. In de tachtiger jaren van de twintigste eeuw was dit (in de volksmond) nog het plein met de meeste sterrenrestaurants van onze hoofdstad. 

Een typisch voorbeeld van die trend is hier spaghettizaak Bavet (http://bavet.eu), die ernaar streeft om de snelle bediening van een fastfoodrestaurant te combineren met een kwaliteitsvolle keuken (en een selectief aanbod). Uitbater Van Praet omschrijft het op deze manier in de Brusselse onlinekrant Bruzz : “De klanten krijgen een leuke ervaring, een restaurantgevoel en een rekening die betaalbaar blijft.” Hier gaat het om 12 tot 20 euro. “We analyseren wat de noden van de mensen zijn, specialiseren ons in één bereiding en stoppen dat in een leuk marketingjasje. We houden rekening met de prime cost – de kosten van personeel plus voedsel en drank – om voldoende marge te houden, en baseren daar ons model op.” 

Op deze plek is duidelijk te zien dat fast casual ook inspeelt op de veranderende eetmomenten en aldus -gewoontes van de moderne mens. Vandaag de dag wordt er niet meer enkel geluncht en gedineerd. Of je nu om 11 of om 16 uur langs het Sint-Katelijneplein passeert, er zijn altijd wel mensen aan het eten. Het verorberen van allerlei gerechten in de horeca is voor veel (trendy) voedingsliefhebbers ofwel “foodies” een beleving/belevenis geworden, die intens mag zijn, maar die nu ook weer niet té lang moet duren.

Bij luxe snacks gaat het ook nog over een stukje exclusiviteit, bijvoorbeeld door verrassende, nieuwe voedingscombinaties , maar de absolute basis draait resoluut rond kwaliteitsrijke basisproducten.

Tekst: Brecht Thiers Foto’s: Wikipedia en www.trendhunter.com 

ad

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*