LaLorraine-nl

QO-hotel in Amsterdam wil duurzaamste hotel worden, de Tesla onder de hotels

Trek een warme trui aan! Bij de bezoekers van het hotel QO Amsterdam, gevestigd in een 76 meter hoge toren in de nieuwe Amsterdamse wijk Amstelkwartier, in de bocht van de Amstel in Amsterdam-Oost, hoef je met zo'n geitenwollensokkenadvies niet aan te komen. De kosmopolitische reiziger die hier vanaf 250 euro per nacht een van de driehonderd ­kamers boekt, wil iets voor het milieu doen, maar niet ten koste van zijn luxe levensstijl. Dit hotel neemt hem alle zorgen, inclusief die om de ­planeet, uit handen.

 

De duurzaamheid van het gebouw schuilt allereerst in de 'levende' gevel, die architect Paul de Ruiter ontwierp, en die je kunt zien als een 21ste-eeuwse versie van de warme trui. Futuristische modeontwerpers experimenteren al met kleding die reageert op de lichaamstemperatuur en gemoedstoestand van de drager. Hier is het de façade die zich aanpast aan de weersomstandigheden en aan de aanwezigheid van hotelgasten. Als zij niet op hun kamer zijn - en dat is het grootste deel van de dag - worden de installaties uitgeschakeld en schuiven van achter de zwart stalen gevelplaten automatisch goudkleurige, isolerende luiken voor de verdiepingshoge ramen. Zo blijft de warmte 's winters binnen en 's zomers de hitte buiten; alleen op koude, zonnige dagen gaan de luiken open om warmte op te vangen. Het levert niet alleen een energiebesparing van 65 procent op verwarming en 90 procent op koeling, maar ook een steeds veranderend gevelbeeld.

 

 

De gevel is het vernieuwende aan dit gebouw, dat van binnen oogt als een van de vele hotels die de afgelopen jaren in Amsterdam zijn verrezen. Er is het 'buurtcafé' op de begane grond, met een open trap naar de lobby op de eerste verdieping. Bovenin vind je de onvermijdelijke skybar en een 'Dutch cuisine'-restaurant, en overal staan hippe poefen en loungezitjes. Dat het tapijt van gerecyclede visnetten is gemaakt en de wc's met het ­water van de douches worden doorgespoeld, merk je niet. Dat is een kwaliteit: het ontkracht het nog altijd bestaande vooroordeel dat duurzaamheid er morsig uit zou zien.

 

Tegelijk is het lastig voor QO Amsterdam, dat de 'Tesla van de hotel-­industrie' wil zijn: hoe combineer je 'groene' technologie met sexy ­design? Nou, met een hightechkas op het dak, waar groenten en kruiden groeien, die worden bemest met compost op basis van de poep van de vissen die in dezelfde kas worden ­gekweekt. De planten zuiveren het water van de aquaria, terwijl plantaardig afval wordt verwerkt in de compost. Een mooi voorbeeld van hoe kringlopen binnen een gebouw kunnen worden gesloten; al moet ook gezegd dat slechts 1 procent van de tomaten die in het restaurant worden verwerkt uit de kas komt.

 

QO Amsterdam toont geen visie op de ge­drags­ver­an­de­ring die nood­za­ke­lijk is om tot een duurzame samenleving te komen.

 

Het gaat mis op het moment dat de interieurarchitect dit alles 'beleefbaar' wil maken door in de lobby en de bar witte boogconstructies van staal te plaatsen waarin je de bovengelegen kas zou moeten herkennen. Zonde van de open ruimten en van het materiaal.

 

Geslaagd zijn de hotelkamers, waarin dat wat het gebouw biedt - veel daglicht, uitzicht, een mooi ­betonnen casco - is aangegrepen om een eenvoudige, stijlvolle inrichting te maken. Doorgaans draait een ­hotelkamer om het slapen, hier heb je ook een prachtige werkplek met loungebank aan het raam.

 

QO Amsterdam toont geen visie op de gedragsverandering die noodzakelijk is om tot een duurzame samenleving te komen. Het project beperkt zich tot recycling en de combinatie van allerhande 'groene' technologieën. Wat blijft er over als je de energiebesparende installaties - die over tien jaarachterhaald zullen zijn - buiten beschouwing laat? Zal dit gebouw Amsterdammers dierbaar genoeg zijn om het anderhalve eeuw te bewaren, zoals het onlangs gerenoveerde Amstelhotel? Dat pand koesteren we vanwege zijn uitgesproken persoonlijkheid. De architectuur van QO is weinig specifiek, vergelijkbaar met het pas gepresenteerde ontwerp voor een nieuwe duurzaam hotel dat in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn komt. Het is geen gebouw om van te houden, maar door zijn neutrale karakter wel tijdloos en in die zin duurzaam.

 

Shell-beton

 

Eerder gebruikt beton, frituurvet en eigen kratten zet QO in voor een duurzaam hotelverblijf.

 

Het QO is gebouwd volgens het algemeen ge-accepteerde internationale duurzaamheidssysteem LEED (Leadership in Energy and Environmental Design) en behaalt daarin de hoogste score: platinum. Een van de eisen is dat 20 procent van het bouwmateriaal moet zijn gerecycled. Zo is in de draagconstructie beton uit de gevel van de voormalige Shelltoren (nu ADAM toren) verwerkt. Plantaardige olie (deels gerecycled frituurvet) dient als brandstof voor de warmtekrachtkoppelinginstallatie, die elektriciteit opwekt (25 procent van het jaarverbruik), waarbij de restwarmte wordt benut voor verwarming van kraan­water. De rest van de benodigde elektriciteit komt 'gewoon' van het net.

 

Voor koeling en verwarming van de ruimten wordt gebruik gemaakt van ondergrondse warmte-koude-opslag. Door zelf water te bottelen, douchemutsjes van papier aan te bieden en in de keuken te werken met eigen kratten, probeert het hotel de hoeveelheid (plastic) afval zoveel mogelijk te beperken.

 

 





by communitysoft.com